Citroën 2cv, 1957.
Citroën 2cv, 1957.

Tijdens de eerste jaren na de oorlog zijn besparingen de norm. Deze beperking dwingt de ingenieurs om dubbel zo inventief te worden. De fonkelende, maar veel te gulzige Amerikaanse wagens worden aangepast. De omgebouwde modellen zijn redelijker en worden gefabriceerd in Europa.
 
De auto als alledaags gebruiksvoorwerp
In het dagelijks leven is de automobiel eenvoudig en praktisch. Renault 4CV, Peugeot 203, Simca, Citroën 2CV, Austin Minor, Fiat 600 en vooral de Volkswagen die in de fabriek van Wolfsburg een uitzonderlijke loopbaan aanvat om uiteindelijk 21 miljoen exemplaren te bereiken. 

Nieuws uit het Oosten
Tatra type 107 of Tatraplan, 1951.
 
De Oosteuropese landen, die voor de oorlog een originele en kwalitatief hoogstaande produktie hadden, blijven produceren onder het communistisch bewind. Tsjechoslowakije stelt zijn Skoda's en Tatra's voor. Oost-Duitsland zijn IFA's, Wartburgs en Trabants. En Rusland zijn Moskovitch.

 
De Amerikaanse droom
Chrysler Windsor, 1952.
Vanaf 1949 stappen de Amerikaanse koetswerken een periode van heropbloei in. Grote vinnen achteraan, sierstukken op de motorkap, sterk verlaagde lijnen. De mechaniek evolueert ook : indrukwekkende cylinderinhoud, automatische versnelling, stuurbekrachtiging en airconditioning. En dat allemaal met een esthetiek en een generositeit die het Amerikaanse optimisme van die gouden jaren goed weerspiegelen.
 
©2005 - Autoworld Brussels - Contacteer ons - Privacy Statement