History of museum & building

De droom van Leopold II

Gedurende zijn hele regeerperiode heeft Leopold II zich actief ingezet voor de urbanistische ontwikkeling van ons land. Door zijn vooruitstrevende visie heeft hij mee het gezicht van het jonge Belgie bepaald. De stedebouwkundige inzichten van de vorst laten zich samenvatten in een voorliefde voor brede lanen en de aanleg van mooie parken. Er is ook het streven naar ‘koninklijke’ grandeur die tot uiting moet komen in de openbare gebouwen. Een jong land, dat mee wil met zijn tijd en in volle economische en industriele opgang verkeert, moet zich uitrusten met een moderne infrastuctuur, met gebouwen en parken die de stad opluisteren. Met name de laatste tien regeringsjaren van Leopold II worden wat de hoofdstad betreft gekenmerkt door diverse realisaties, zoals de bouw van het museum van Tervuren, de vergroting van de koninklijke residenties te Brussel en Laken, het Chinees paviljoen, de Japanse toren en de triomfboog van het Jubelpark. Al deze bouwwerken worden gefinancieerd met de inkomsten van de “Kroonstichting”, die het fortuin beheert dat Leopold II in Kongo gemaakt heeft.

De bouw van het Jubelparkcomplex, die chronologisch in de tweede helft van de regeerperiode van Leopold II valt, heeft alles bij elkaar vijftig jaar in beslag genomen (1880-1905).

Vandaag is de site van het Jubelpark niet alleen een geliefkoosd oord voor kunstliefhebbers en een populaire bestemming voor schoolbezoeken, maar ook een must voor al wie Brussel bezoekt.

Het Jubelparkpaleis, tentoonstellingsruimte

Het budget van 1.800.000 Belgische frank dat bij koninklijk besluit van 30 mei 1879 was uitgetrokken, volstaat bij lange niet om alle bouwwerken uit te voeren die Bordiau, de architect, gepland heeft voor de tentoonstelling met de produkten van de Belgische kunst en nijverheid die op 30 juni 1880 zijn deuren opent. Alleen de twee zijvleugels en de onderbouw van de zuilengalerij en de triomfboog zijn klaar. De ontbrekende delen worden opgetrokken in hout en staff. Hoewel de architect van bij het begin een uitvoering in fasen heeft voorzien, waarbij de gebouwen geleidelijk zullen worden gebouwd volgens de beschikbare financiele middelen, heeft hij nooit vermoed dat het dertig jaar zal duren tot aan de definitieve afwerking, die hij overigens zelf niet meer zal meemaken. In elk geval is het publiek opgetogen en trekken de mensen in dichte drommen naar de tentoonstelling in zijn splinternieuwe kader. Dit is zonder enige twijfel het orgelpunt van alle vieringen die rond het vijftigjarig bestaan van Belgie plaatsvinden.

De wereldtentoonstelling – 1897

De koloniale afdeling van de Wereldtentoonstelling wordt gepresenteerd in het Museum van Tervuren. Om het museum te verbinden met het Jubelpark waar de rest van de tentoonstelling plaatsvindt, wordt de Tervurenlaan aangelegd. Ook de grote hallen die vandaag het Leger-en Luchtvaartmuseum en Autoworld herbergen, dateren uit deze periode. Het Jubelpark blijft tot in 1934 de plaats bij uitstek voor de organisatie van handelsbeurzen en allerlei festiviteiten met wielrijders, paarden, auto’s, luchtballons, enz.

De Esplanade van het Jubelpark, Museacentrum

Hoewel de beginjaren van het Jubelpark duidelijk in het teken van de organisatie van tentoonstellingen stonden, wou Bordiau ook de Muzen een plaats geven.
Op de eerste tentoonstelling in 1880 zijn ze reeds aanwezig, maar negen jaar later krijgen ze een definitieve verblijfplaats. In de loop der jaren is het culturele karakter van de gebouwen trouwens voortdurend toegenomen, hand in hand met de groeiende verzameling en van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, waarvan de oorsprong teruggaat tot 1835 met de oprichting van een museum in de Hallepoort. Nadien volgden het Musée des Echanges (toekomstige afgietselwerkplaats) in 1886, het Koninklijke Legermuseum in 1922, de Lucht- en ruimtevaartafdeling daarvan in 1965 en tenslotte Autoworld in 1986.

De geschiedenis van een bouwwerf

1880

Nationale tentoonstelling met de produkten van de Belgische kunst en nijverheid ter gelegenheid van de vijfstigste verjaardag van de Belgische Staat ; bouw van de twee paleizen, de zuilengalerij, de enkelvoudige triomfboog in hout en staff en een voorlopige hal.

1888

Tentoonstelling ”Grote internationale wedstrijd voor Wetenschappen en Nijverheid”, volgens het ontwerp van Bordiau (1886); bouw van de machinehal en voorlopige hallen, aanleg van het park dat zijn definitieve omvang bereikt van 30 hectaren. Jubelpark en Jubelparkpaleis worden de officiele benamingen.

1890

Eerstesteenlegging van de monumentale triomfboog.

1897

Wereldtentoonstelling; pijlers van de triomfboog voltooid, maar voorlopige bekroning in hout en staff.

1905

Bouw van de nieuwe triomfboog (met portaalkranen en ploegenwerk); bouw van een sluitingsmuur voor de zuilegalerij.
De triomfboog is klaar voor de viering van de 75ste verjaardag van Belgie. Overbrenging van de verzameling oudheden naar de zuidelijke vleugel.

1914

Voltooiing van het nieuwe gebouw (Nervierslaan) en opening van de twee eerste zalen.

1923

Opening van het Koninklijk Museum van het Leger en van de Krijgsgeschiedenis in de noordelijke vleugel.

1962

Inhuldiging van het nieuwe gebouw van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium (Renaissancelaan).

1974

Graven van een autotunnel onder de triomfboog.

1985

Installatie van Autoworld in het Wereldpaleis (grote zuidelijke hal).

1992

Inhuldiging van het overdekte vierkante binnenplein als nieuwe tentoonstellingsruimte voor de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis.

 

Autoworld
Autoworld
Autoworld