
In maart staan twee wel heel aparte racewagens in de kijker in Autoworld. Beide wagens zullen de naam van het museum verdedigen op de mooiste circuits. Beide wagens zijn in maart te bezichtigen in de zone ‘Sport & Competitie’ en verlaten begin april het museum om deel te nemen aan verschillende prestigieuze races met classic racer Paul Grant achter het stuur.

De eerste wagen is de Cooper Bristol T23 Mk2 Formule 2 van 1953. Hoewel dit type wagen bedoeld was voor de F2, reden Cooper Bristols ook 9 F1 races in 1953. Het twee liter, zes cilinder in lijn Bristol-blok kende z'n oorsprong als een BMW-motor voor WOII. Deze wagen verdiende reeds z’n sporen in de prestigieuze klassieke races zoals Goodwood en Monaco.

De tweede wagen is een De Tomaso 505/38 van 1970. Deze wagen werd ontworpen door Dallara en gerund door teameigenaar Frank Williams. Deze spectaculaire F1-wagen is uitgerust met het mythische 3 liter Ford Cosworth DFV-motorblok. Dit is het meest succesvolle motorblok uit de F1-geschiedenis en won 155 F1-races tussen 1967 en 1983. De wagen is bijna volledig gebouwd uit lichtgewicht magnesium. Dit zou tragische gevolgen hebben toen rijder Piers Courage tijdens de Nederlandse GP crashte. Z'n De Tomaso vatte vuur, waarbij het magnesium de wagen onblusbaar maakte. Courage overleefde de brand helaas niet.